Agrippina

Agrippina

Georg Friedrich Händel
 

(Brussel 11-09-2003 / La Monnaie)

Libretto Vincenzo Grimani
Drama musika in 3 aktes.
Plaats en tijd. Rome 54 na Chr.
Première.Venetië (Teatro di S.Giovanni Grisostoma) 26-12-1709.  

AGRIPPINA (vrouw v. Claudius)  sopraan
NERO(NE) (haar zoon)  mezzosopraan
POPPEA (geliefde v Claudius)  sopraan
CLAUDIUS (Romeinse Keizer)  bas/bariton
OTTO (krijgsheer, redder Claudius)  tenor
PALLAS (vrijgelaten slaaf)  bas
NARCISSUS (vrijgelaten slaaf)  tenor
LESBO (dienaar Claudius)  bas/bariton

Inhoud

Akte I
Agrippina, vrouw van de Romeinse Keizer Claudius, vertelt haar zoon Nero dat voor hem eindelijk de tijd is aangebroken om de troon te bestijgen. Zij laat hem een brief zien, waarin staat dat Claudius tijdens een zeeslag tegen de Britten in een storm is omgekomen. Daarop roept Agrippina, die zo snel mogelijk haar plan wil verwezenlijken de vrijgelaten slaven Pallas en Narcissus bij zich. Beiden zijn verliefd op haar zonder dit van elkaar te weten. Ze laat hen het bericht zien over de dood van de Keizer, en vraagt hen als prijs voor haar liefde of zij naar het Kapitool willen gaan om hun invloed uit te oefenen ten gunste van Nero.

Als Agrippina het volk dat naar het Kapitool is gekomen toespreekt en de dood van de Keizer aankondigt, roepen Pallas en Narcissus gezamenlijk Nero uit tot de nieuwe Keizer. Agrippina en Nero staan op het punt om de troon te bestijgen, als Lesbo de dienaar van Claudius binnenkomt met de mededeling dat de Keizer is gered uit de vloed dankzij de hulp van de dappere krijgsheer Otto. Bij het Kapitool aangekomen, vertelt Otto dat hem als dank voor zijn heldendaad de troon is beloofd.

Dit bericht is een zware slag voor de vier samenzweerders, maar als hij alleen is met Agrippina zegt Otto dat zijn liefde voor Poppea hem meer waard is dan de troon. Agrippina weet dat ook Claudius verliefd is op Poppea, en zij bedenkt een nieuw plan, waardoor haar zoon toch de macht zal krijgen. Zij gaat naar Poppea, en als zij ervan overtuigt raakt dat deze Van Otto houdt, vertelt ze dat Otto haar heeft bedrogen. Hij heeft haar aan Claudius beloofd in ruil voor de troon. Ze raadt Poppea aan wraak te nemen, en Claudius te vertellen dat Otto haar toch als vrouw wil hebben, en haar dwingt om Claudius te verlaten. Claudius zal na dit verraad de troon weer zelf opeisen. Poppea volgt Agrippina`s raad op, en het resultaat is zoals Agrippina wenste.
Akte II
In de straten van Rome vlak bij het paleis.
Pallas en Narcissus hebben ontdekt dat ze door Agrippina zijn verraden, en besluiten samen te werken. Otto ziet met angst zijn kroning tegemoet. Als Claudius in een triomfwagen verschijnt, wordt hij door de menigte toegejuicht. Otto gaat naar hem toe om hem aan zijn belofte te herinneren, maar Claudius beschuldigt de redder van zijn leven, duwt hem opzij en noemt hem een verrader. Wanhopig zoekt Otto eerst steun bij Agrippina, later bij Poppea en tot slot bij Nero, maar allen keren zich van hem af en laten hem verbijsterd achter.

Poppea merkt echter dat Otto oprecht verdrietig is en begint aan zijn schuld te twijfelen. Om achter de waarheid te komen bedenkt zij een list. Zij zal doen alsof zij slaapt en hardop dromen. Zij vertelt wat zij van Agrippina gehoord heeft. Dat Otto heeft besloten in ruil voor de troon Poppea aan Claudius te schenken. Otto is verbaasd over de leugens van Nero`s moeder en als hij zijn onschuld kan bewijzen, zweert Poppea dat zij wraak zal nemen.

Agrippina, die ziet dat haar plannetje gevaar loopt bedenkt een nieuwe list. Zij roept Pallas bij zich en beloofd hem haar liefde als hij Otto en Narcissus vermoord. Aan Narcissus vraagt ze of hij Otto en Pallas wil doden. Als de beide hovelingen hier niet op ingaan zoekt ze haar geluk bij Claudius. Ze vertelt hem dat Otto wraak op hem wil nemen omdat hem de troon is ontnomen. Met de benoeming van Nero als zijn opvolger kan hij Otto buitenspel zetten. In zijn gedachten ziet Claudius dat dit de mogelijkheid is om verder te leven met Poppea.
Akte III
Poppea wil het onrecht dat Otto is aangedaan goedmaken en bedenkt een plan. Ze zegt dat Otto zich moet verstoppen en bij wat hij ook hoort zijn jaloezie moet onderdrukken. Nero, die al eerder door haar is uitgenodigd komt binnen. Hij houdt ook van haar en brandt van verlangen naar haar, maar zij zegt hem dat zijn moeder zo binnen zal komen en raadt ook hem aan zich te verstoppen.

Als Claudius verschijnt, trapt hij in de val. Poppea klaagt dat hij niet echt van haar houdt. Hij herinnert haar eraan wat hij allemaal voor haar heeft gedaan. Hij noemt de straf voor Otto, maar Poppea zegt dat dit op een misverstand berustte, het was niet Otto die haar heeft lastig gevallen, maar Nero. Poppea verbergt dan ook de Keizer en roept Nero, die denkt dat de Keizer weg is. Hij komt uit zijn schuilplaats om verder te gaan met zijn liefdesspel, maar Claudius betrapt hem en jaagt hem weg. Het plan werkt.

Als Claudius met een smoes wordt weggestuurd, bevrijdt zij Otto uit zijn schuilplaats en zij zweren elkaar de eeuwige liefde. Het complot wordt steeds ingewikkelder. Nero beklaagt zich bij zijn moeder over zijn plotselinge teloorgang, en vraagt haar hem te helpen tegen de woede van Claudius.

Ondertussen gaan Pallas en Narcissus de Keizer vertellen over het complot dat Agrippina tijdens zijn afwezigheid gesmeed heeft. Als Agrippina haar man aanspoort Nero te kronen, beschuldigt Claudius haar ervan dat zij de macht in handen wil nemen. Ze geeft toe dat ze de troon voor Nero wilde opeisen, maar ze verdedigt zichzelf door te zeggen dat ze dit heeft gedaan omdat dat de beste mogelijkheid leek.

Meteen na het bericht van de dood van Claudius gaan de soldaten, het volk en de senaat in beraad, en om de heerschappij van Claudius zeker te stellen werd besloten zijn zoon Nero tot Keizer benoemen. Claudius laat zich door Agrippina overtuigen, die meteen het initiatief neemt. Zij beschuldigt hem van verraad, en waarschuwt hem afstand te nemen van Poppea, omdat Otto van haar houdt. Maar Claudius beweert dat Nero haar begeert. Als Poppea, Nero en Otto arriveren, merkt Claudius op dat zijn stiefzoon Nero zich had verstopt in Poppea`s kamer. Nero kan dit niet ontkennen.

Dan verklaart de Keizer tot ieders verrassing dat Nero dan maar Poppea moet trouwen en dat hij troonsafstand zal doen ten gunste van Otto. Hiermee is geen van de partijen het eens, waarop Claudius, die graag snel een oplossing voor deze conflicten wil vinden een nieuw besluit neemt. Nero zal de troon behouden, en Otto mag met Poppea huwen. Tot slot vraagt hij Juno, de Godin van de aarde allen te zegenen en het Keizerrijk geluk te wensen.  
 

(Brussel 11-09-2003 / La Monnaie)

RENE JACOBS dirigent
DAVID MCVICAR regie
JOHN MACFARLANE decor & kleding
PAULE CONSTABLE licht

Bezetting

 
ANNA CATERINA ANTONACCI Agrippina (sopraan)
MALENA ERNMAN Nerone (mezzosopraan)
MIAH PERRSON Poppea (sopraan)
LORENZO REGAZZO Claudius (bas / bariton)
LAWRENCE ZAZZO Otto (tenor)
ANTONIO ABETE Pallas (bas)
DOMINIQUE VISSE Narcissus (tenor)
LYNTON BLACK Lesbo (bas / bariton)